Van 14 februari tot en met 7 juni is in het Rijksmuseum een tentoonstelling over het ontstaan van de Europese barok in Rome met in de hoofdrol schilder Caravaggio (1571 -1610) en beeldhouwer Bernini (1598-1680). Beide creëerden levensechte beelden van personen. Ze verbeeldden lichamen in beweging die de gevoelens van de figuren weergaven. Deze verbinding tussen realiteit en emotie was nieuw. Het werd kenmerkend voor de barok.
De contrareformatie vroeg iets anders van de kunsten dan dat wat de renaissance kunstenaars konden bieden. Het verhaal van de bijbel moest verteld worden, de mensen moesten door beeldende kunst geraakt worden en de grootsheid van het christelijke verhaal en de kerk voelen. Kunstenaars als Caravagio en Bernini, als Gentileschi (vader en dochter), Borromini en vele andere grijpen deze kans. De paus, de kerkelijke en de burgerlijke elite functioneren als opdrachtgevers om dit nieuwe verhaal uit te dragen. Rome wordt in korte tijd een internationale snelkookpan vol nieuwe artistieke ideeën en initiatieven. Dit bruisende klimaat is de voedingsbodem voor de nieuwe stijl, theatrale kunst met drama, dynamiek en bravura. Een kunst waarbij schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur innig samenwerkten die in Rome begon en in heel Europa zijn sporen naliet.
De tentoonstelling, georganiseerd met het Kunsthistorisches Museum in Wenen en daar al eerder te zien geweest bevat werken van over de hele wereld waarvan het grootste deel nog nooit in Nederland te zien is geweest.
De lezing gaat over de geschiedenis en de ontwikkelingen van de Barok met natuurlijk grote aandacht voor dat wat in Amsterdam te zien zal zijn.

De lezing is op vrijdag 21 februari 2020, van 10.00-12.00 (en bij voldoende belangstelling ook van 13:00-15:00).

Docent Margrith Barnhoorn

Kosten € 10, - te betalen bij aanvang van de lezing.